ECLI:NL:CRVB:2026:49
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken jonggehandicaptenstatus op achttiende verjaardag
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, stellende dat hij vanaf zijn achttiende duurzaam niet over arbeidsvermogen beschikte vanwege een psychose en schizofrenie. Het UWV wees de aanvraag af omdat de arbeidsongeschiktheid pas na zijn achttiende verjaardag was ontstaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat appellant een laattijdige aanvraag had gedaan en dat onvoldoende medische gegevens beschikbaar waren om zijn situatie op zijn achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna vast te stellen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn ziekte al eerder bestond, maar kon geen medische informatie overleggen die dit ondersteunde.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat de eerste medische documentatie van psychotische klachten dateert van na de achttiende verjaardag van appellant. De algemene informatie over psychoses en risicogroepen bood geen aanknopingspunt voor een andere beoordeling.
De Raad concludeerde dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op zijn achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna, zodat hij geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt op zijn achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna.