ECLI:NL:CRVB:2026:490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en toekenning WIA-uitkering bevestigd
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, die was vastgesteld op 59,21% per 12 juli 2021. Hij stelde dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn, en verzocht om een IVA-uitkering en een onafhankelijke arbeidsdeskundige.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en er geen medische gegevens waren die tot een ander oordeel leidden. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd beschouwd.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het ontbreken van lichamelijk onderzoek niet onzorgvuldig was, dat de medische beoordeling juist was en dat de arbeidskundige selectie van functies passend was. Het rapport van de door appellant overgelegde arbeidsdeskundige leidde niet tot een ander oordeel. Het verzoek om een onafhankelijke arbeidsdeskundige werd afgewezen.
De Raad concludeerde dat appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering en dat het bestreden besluit in stand blijft. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding en proceskosten afgewezen.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is terecht vastgesteld op 59,21% en het hoger beroep wordt afgewezen.