ECLI:NL:CRVB:2026:493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2025. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken, ingaande op de dag na de bekendmaking van de uitspraak, en eindigde derhalve op 15 augustus 2025.
Het beroepschrift van appellant was echter gedateerd op 6 oktober 2025 en werd op 13 oktober 2025 ontvangen, wat betekent dat het na afloop van de beroepstermijn is ingediend. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 2 december 2025 verzocht om een toelichting op de termijnoverschrijding, maar appellant heeft niet gereageerd en geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de overschrijding verschoonbaar maken.
Op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:24 Awb) leidt een niet-tijdig ingediend beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke beoordeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet in aanwezigheid van griffier R.E. Vet en uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.