Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:493

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
25/2089 BESLU
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in socialezekerheidszaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2025. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedroeg zes weken, ingaande op de dag na de bekendmaking van de uitspraak, en eindigde derhalve op 15 augustus 2025.

Het beroepschrift van appellant was echter gedateerd op 6 oktober 2025 en werd op 13 oktober 2025 ontvangen, wat betekent dat het na afloop van de beroepstermijn is ingediend. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 2 december 2025 verzocht om een toelichting op de termijnoverschrijding, maar appellant heeft niet gereageerd en geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de overschrijding verschoonbaar maken.

Op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:24 Awb) leidt een niet-tijdig ingediend beroepschrift zonder verschoonbare omstandigheden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke beoordeling.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet in aanwezigheid van griffier R.E. Vet en uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden.

Uitspraak

25/2089 BESLU
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2025, SGR 24/1631 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 22 april 2026

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan partijen is bekendgemaakt. Dat volgt uit artikel 6:8 van Pro de Awb. Een beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen of als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels staan in artikel 6:9 van Pro de Awb. Uit artikel 6:24 van Pro de Awb volgt dat deze bepalingen ook gelden voor het hoger beroep.
Als een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend, blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege als die overschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, als deze is veroorzaakt door handelen of nalaten van het bestuursorgaan en mogelijk ook als sprake is van een andere reden die tot die overschrijding heeft geleid. Bij de beoordeling of hiervan sprake is worden alle omstandigheden van het geval in hun samenhang bezien.
Als het beroepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, dan moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, zijn bij de beoordeling niet relevant.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 4 juli 2025 in afschrift bij aangetekende brief aan partijen toegezonden. Dat betekent dat de termijn om hoger beroep in te stellen is begonnen op 4 juli 2025 en geëindigd is op 15 augustus 2025.
Het beroepschrift is door appellant gedateerd op 6 oktober 2025 en op 13 oktober 2025 ontvangen. Het is dus na afloop van de beroepstermijn ingediend. Bij brief van 2 december 2025 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellant heeft niet gereageerd op deze brief, en daarmee geen bijzondere omstandigheid aangevoerd die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet in tegenwoordigheid van R.E. Vet als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2026.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) R.E. Vet
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.