Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.376,64;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure kwam het UWV appellant tegemoet door een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij een IVA-uitkering werd toegekend met ingang van 17 juni 2022. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige en heropende het onderzoek, maar na het intrekken van het hoger beroep werd het onderzoek gesloten zonder nadere zitting. De Raad beoordeelde de proceskosten en wees een vergoeding toe van € 2.376,64, inclusief het griffierecht, maar wees de vergoeding van de reiskosten van de echtgenote af omdat deze niet onder de kosten vallen die op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht vergoed kunnen worden.
De Raad motiveerde dat de zaak geen bovengemiddeld gewicht had en dat de gemaakte kosten in hoger beroep passend waren begroot. De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, waarbij het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, maar niet tot vergoeding van de reiskosten van de echtgenote van appellant.