ECLI:NL:CRVB:2026:505
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Herziening vaststelling arbeidsongeschiktheid wegens ondeugdelijke medische grondslag
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard door het UWV met een mate van 51,43% per 22 maart 2022. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit besluit, waarop appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank had het UWV-besluit in stand gelaten, maar de Raad benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige.
De deskundige concludeerde dat appellante leed aan een somatisch-symptoomstoornis met pijn en onvoldoende was behandeld, waardoor zij niet in staat was om arbeidsmatig te functioneren, zowel op de datum in geding als actueel. De Raad volgde dit oordeel, omdat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat het UWV-besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berustte en droeg het UWV op de mate van arbeidsongeschiktheid en de duurzaamheid van de beperkingen opnieuw te beoordelen. Over de proceskosten en schadevergoeding werd nog geen uitspraak gedaan omdat het geding nog niet was afgerond.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw te beoordelen op basis van een deskundigenrapport.