ECLI:NL:CRVB:2026:507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering terug te komen van eerdere besluiten tot afwijzing Wajong-uitkering
Appellante verzocht in 2014 om een Wajong-uitkering, welke werd afgewezen omdat zij meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen. In 2019 werd opnieuw een aanvraag afgewezen vanwege arbeidsvermogen. In 2023 diende appellante een nieuwe aanvraag in met medische informatie over psychische klachten en een WLZ-indicatie, maar het UWV concludeerde na onderzoek dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven om eerdere besluiten te herzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling van haar arbeidsvermogen op de relevante leeftijd. De Raad toetste het hoger beroep en oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat het besluit niet evident onredelijk was.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding en vergoeding van proceskosten afgewezen. De nieuwe beleidsregel UWV van 1 oktober 2025 was niet van toepassing op het besluit uit 2023, zodat deze niet leidde tot een ruimer beoordelingskader.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op eerdere besluiten tot afwijzing van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.