ECLI:NL:CRVB:2026:557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens voldoende belastbaarheid eigen werk
Appellante werkte als administratief medewerkster en meldde zich ziek met nek-, rug- en armklachten. Het UWV weigerde haar Ziektewet-uitkering omdat zij volgens medisch onderzoek niet ongeschikt was voor haar eigen werk. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede op basis van rapporten van de bedrijfsarts bezwaar en beroep.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat geen lichamelijk onderzoek in bezwaar had plaatsgevonden en dat haar werkzaamheden zwaarder waren dan door het UWV aangenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was, mede omdat de bedrijfsarts bezwaar en beroep een uitgebreid verslag had opgesteld en geen lichamelijk onderzoek noodzakelijk achtte.
De Raad onderschreef dat appellante haar administratieve werkzaamheden, die niet fysiek zwaar zijn en waarbij afwisseling mogelijk is, kan verrichten. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waardoor de weigering van de Ziektewet-uitkering per 27 maart 2024 in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering omdat appellante haar eigen werk kan verrichten.