ECLI:NL:CRVB:2026:56
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WIA-uitkering ondanks betwiste beperkingen
Appellant, die sinds 2009 arbeidsongeschikt is, betwistte dat zijn beperkingen sinds 10 april 2019 waren toegenomen en dat hij geschikt was voor de geselecteerde functies. Het UWV had na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige geconcludeerd dat de WIA-uitkering ongewijzigd kon blijven.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd voor zijn betwiste beperkingen, zoals aan de rechterschouder, allergieën en concentratieproblemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde argumenten aan zonder nieuwe medische gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het UWV terecht de WIA-uitkering ongewijzigd heeft voortgezet. Het hoger beroep werd verworpen en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WIA-uitkering ongewijzigd mocht voortzetten van 10 april 2019 tot 6 oktober 2021.