ECLI:NL:CRVB:2026:570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het bestuursorgaan tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens beoordeeld welke proceskosten in hoger beroep nog voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten van bezwaar waren reeds door het UWV vergoed en de rechtbank had al een beslissing genomen over de proceskosten in eerste aanleg. De Raad heeft de proceskosten in hoger beroep begroot op € 2.335,-, waarbij ook gedeeltelijke vergoeding van deskundigenkosten en reiskosten is toegekend.
Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van in totaal € 3.756,57 aan proceskosten en het betaalde griffierecht van € 138,-. De uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor, op 13 mei 2026.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht na intrekking van het hoger beroep.