Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:585

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
25/1465 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Tijdens de procedure nam het UWV op 13 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De zaak werd door de meervoudige kamer verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad besloot de zaak zonder zitting af te doen, omdat partijen geen zitting wensten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in beroep en hoger beroep.

De proceskosten werden begroot op € 1.868,-, bestaande uit € 934,- voor het indienen van het beroepschrift en € 934,- voor het hoger beroepschrift. Daarnaast werd het UWV verplicht het betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. De uitspraak werd op 13 mei 2026 in het openbaar gedaan door S.B. Smit-Colenbrander.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan appellant.

Uitspraak

25/1465 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 juni 2025, 24/1250 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 13 mei 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.M. Mauritz, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.
Het Uwv heeft op 13 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 november 2025 volledig aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.
Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 november 2025 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- in beroep (1 punt voor het indienen van een beroepschrift) en € 934,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een hoger beroepschrift). Totaal € 1.868,-.
Ook dient het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.868,-;
  • bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van R.E. Vet als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) R.E. Vet