Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Tijdens de procedure nam het UWV op 13 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De zaak werd door de meervoudige kamer verwezen naar een enkelvoudige kamer. De Raad besloot de zaak zonder zitting af te doen, omdat partijen geen zitting wensten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in beroep en hoger beroep.
De proceskosten werden begroot op € 1.868,-, bestaande uit € 934,- voor het indienen van het beroepschrift en € 934,- voor het hoger beroepschrift. Daarnaast werd het UWV verplicht het betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. De uitspraak werd op 13 mei 2026 in het openbaar gedaan door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan appellant.