Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:598

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
23/2963 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 PWArt. 35 PWArt. 18 PWArt. 36 PWArt. 9a PW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2022 op grond van beleidsregels in plaats van verordening

Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een eenmalige energietoeslag over 2022, welke door het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen is afgewezen omdat het inkomen van appellanten hoger was dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Appellanten voerden aan dat het college het besluit niet op beleidsregels mocht baseren, maar op een door de gemeenteraad vastgestelde verordening.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat er geen wettelijke verplichting bestaat dat de grondslag voor de energietoeslag in een gemeentelijke verordening moet zijn vastgelegd. Dit volgt niet uit artikel 8 of Pro artikel 35 van Pro de Participatiewet, ook niet na recente wetswijzigingen.

Hoewel de Raad van State heeft geadviseerd om een verordening te gebruiken, verandert dit niets aan de wettelijke situatie. De Raad concludeert dat het college bevoegd was het besluit op beleidsregels te baseren. Het hoger beroep wordt afgewezen, de afwijzing van de energietoeslag blijft in stand en appellanten krijgen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag energietoeslag 2022 blijft in stand.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 oktober 2023, 22/2692 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant 1] en [appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen (college)
Datum uitspraak: 12 mei 2026

SAMENVATTING

Deze zaak gaat over de afwijzing van een aanvraag om een eenmalige energietoeslag voor 2022 (eenmalige energietoeslag) op grond van de Participatiewet (PW). Niet in geschil is dat het inkomen van appellanten op de peildatum hoger was dan 120% van de voor hen toepasselijke norm, zodat zij niet aan de voorwaarden van de toepasselijke beleidsregels voldoen. Appellanten hebben aangevoerd dat het college het besluit niet mocht baseren op de beleidsregels. Het college had de voorwaarden namelijk in een door de gemeenteraad vastgestelde verordening moeten neerleggen. Net als de rechtbank geeft de Raad appellanten hierin geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. A.C.S. Grégoire hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 14 april 2026. Voor appellanten is mr. Grégoire verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.M. Roestenberg.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellanten hebben de eenmalige energietoeslag over 2022 aangevraagd. Met een besluit van 19 juli 2022 heeft het college de aanvraag afgewezen. Met een beslissing op bezwaar van 25 oktober 2022 (bestreden besluit) is het college bij deze afwijzing gebleven. De reden van de afwijzing is dat appellanten niet voldoen aan de in de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 Sittard-Geleen (beleidsregels) neergelegde voorwaarde dat het inkomen van betrokkenen in de referteperiode niet hoger was dan 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellanten
3. Appellanten zijn het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellanten mocht het college het besluit niet baseren op de beleidsregels. De grondslag voor de toekenning van energietoeslag moet zijn vervat in een door de gemeenteraad vastgestelde verordening en niet in door burgemeester en wethouders opgestelde beleidsregels. Nu dat niet het geval is, is sprake van een bevoegdheids- dan wel motiveringsgebrek. Appellanten hebben ter onderbouwing van hun standpunt gewezen op het Advies van de Raad van State inzake het voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. [1]

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag om de eenmalige energietoeslag over 2022 in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Appellanten hebben, desgevraagd, laten weten de beleidsregels zelf of de toepassing daarvan niet te betwisten. In geschil is enkel of het college het besluit mocht te baseren op beleidsregels in plaats van een verordening. Het standpunt van appellanten wordt niet gevolgd. Hierbij is het volgende van betekenis.
4.1.1.
Er is geen sprake van een wettelijke verplichting waaruit volgt dat de grondslag voor de toekenning van energietoeslag moet zijn vervat in een door de gemeenteraad vastgestelde verordening. Dit staat niet in artikel 8 van Pro de PW en dit artikel is met de inwerkingtreding van het vierde lid van artikel 35 van Pro de PW daartoe niet gewijzigd. Dat de Raad van State heeft geadviseerd dit wel te doen, maakt dit niet anders.

Conclusie en gevolgen

4.2.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om de eenmalige energietoeslag 2022 in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgen appellanten geen vergoeding voor hun proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.E. Marechal, in tegenwoordigheid van S. Ploum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026.

(getekend) E.C.E. Marechal

(getekend) S. Ploum

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Participatiewet
Artikel 8
1. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot:
a. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid en de periode van de verlaging van de bijstand, bedoeld in artikel 18, vijfde en zesde lid;
b. het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36;
c .het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 9a, twaalfde lid.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben voor zover het gaat om het eerste lid, onderdeel b, in ieder geval betrekking op de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen.
Artikel 35 (geldend op 25 oktober 2022)
1. Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
(…)
4. In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had:
a. voor het jaar 2022, die kan worden verstrekt tot en met 30 juni 2023;
(…)
Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2022 Sittard-Geleen
Artikel 2: Doelgroep Pro eenmalige energietoeslag 2022
1. De eenmalige energietoeslag 2022 van € 800,- is bedoeld voor een huishouden met een laag inkomen en wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend.
(…)
3. Een huishouden heeft een laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Voetnoten

1.Staatscourant 2022, 7764.