ECLI:NL:CRVB:2026:61
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na aanvullend medisch onderzoek en herstel van besluit
In deze zaak staat de beëindiging van de Ziektewet-uitkering van appellante per 16 augustus 2022 centraal. De Centrale Raad van Beroep heeft in een eerdere tussenuitspraak geoordeeld dat het medisch onderzoek door het UWV onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was, omdat relevante informatie van de huisarts en psycholoog ontbrak. Het UWV kreeg de opdracht deze informatie alsnog in te winnen.
Ter uitvoering hiervan heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep informatie opgevraagd bij de huisarts en psycholoog van appellante. De ontvangen gegevens bevestigden matig ernstige psychische problematiek, maar gaven geen aanleiding om de belastbaarheid op de datum in geding te wijzigen. Appellante betwistte dat de informatie volledig was en verzocht om een deskundige, maar leverde zelf geen aanvullende stukken aan.
De Raad oordeelt dat het UWV het gebrek in het besluit heeft hersteld door de gevraagde informatie in te winnen en deze te laten beoordelen door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) is adequaat en sluit aan bij de beperkingen van appellante. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op €4.203,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €188,-. Het verzoek om een deskundige wordt afgewezen wegens gebrek aan nieuwe aanwijzingen. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin op 14 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.