ECLI:NL:CRVB:2026:619
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand wegens appèlverbod
Verzoekster heeft bijzondere bijstand aangevraagd en toegekend gekregen, maar de betaling is stopgezet. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de betaling te hervatten, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht. Verzoekster stelde dat haar rechten op grond van het EVRM zijn geschonden en vroeg doorbreking van het appèlverbod.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is en dat het appèlverbod niet doorbroken kan worden omdat geen evidente schending van fundamentele rechtsbeginselen is vastgesteld. De Raad verwacht zich in de hoofdzaak onbevoegd te verklaren.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en zijn er geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat op 12 mei 2026.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het appèlverbod en het ontbreken van gronden voor doorbreking daarvan.