ECLI:NL:CRVB:2026:634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, voormalig planner, meldde zich ziek met voetklachten en polyneuropathie, maar het UWV weigerde een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsarts bezwaar en beroep een volledig beeld had van de beperkingen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name de impact van polyneuropathie en bijkomende klachten zoals pijn en concentratieproblemen. Zij verzocht om een onafhankelijke deskundige en stelde dat zij niet in aanmerking kwam voor een vervoersvoorziening.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist en volledig was, dat de aangeleverde medische stukken geen nieuwe inzichten boden en dat het equality of arms-beginsel niet was geschonden. Er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de ZW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.