ECLI:NL:CRVB:2026:687

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
23/2521 BABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij aanwijzing gehandicaptenparkeerplaats

Appellant was woonachtig aan een adres in Smallingerland en maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders om een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken aan een omwonende toe te wijzen. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 18 november 2020. De rechtbank Noord-Nederland vernietigde dit besluit echter en handhaafde de rechtsgevolgen.

Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak van de rechtbank. De Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de vraag of appellant nog procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Procesbelang is vereist om ontvankelijk te zijn in hoger beroep en betekent dat het nastreven van het gewenste resultaat feitelijk betekenis moet hebben voor de appellant.

De Raad constateerde dat appellant inmiddels is verhuisd naar een ander adres binnen dezelfde gemeente en dat uit zijn reactie op een schriftelijke vraag niet bleek welk belang hij nog had bij de uitspraak. Omdat appellant geen voldoende procesbelang kon aantonen, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
23/2521 BABW
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 24 april 2023, 21/60 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland (college)
Datum uitspraak: 20 mei 2026

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en stukken ingediend. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant was woonachtig aan de [straat] te [woonplaats] . Hij is in bezwaar gegaan tegen een besluit van 9 juli 2019 waarbij het college aan een omwonende van appellant een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken heeft aangewezen. Bij besluit van 18 november 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad ziet zich ambtshalve gesteld voor de vraag of appellant procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. De Raad komt tot het oordeel dat dit niet het geval is en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is.
4.1.
Zoals de Raad eerder heeft overwogen is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden. [1]
4.2.
Appellant is verhuisd naar een ander adres binnen de gemeente [naam] . De Raad heeft appellant bij brief van 15 december 2025 gevraagd welk belang hij nog heeft bij een uitspraak van de Raad. Uit het daarop verkregen antwoord blijkt niet wat het belang van appellant hierbij nog is.

Conclusie en gevolgen

5. De Raad is van oordeel dat onder deze omstandigheden het hoger beroep wegens het ontbreken van procesbelang kennelijk niet-ontvankelijk is.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé in tegenwoordigheid van N. Gios als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) N. Gios
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:887.