ECLI:NL:CRVB:2026:690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het betalen van griffierecht verplicht voor de ontvankelijkheid van het beroep. Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht van €143,-.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep constateert op basis van de beschikbare gegevens, waaronder de ontvangstbevestiging van de aangetekende brief, dat appellant in verzuim is. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.D. Streefkerk en griffier H. Alajai op 13 mei 2026. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.