Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding in juli 2023 vanwege diverse klachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 17 oktober 2023 op basis van een medische beoordeling dat zij geschikt was voor haar werk als klantenservicemedewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, omdat de medische beperkingen niet zodanig waren dat zij haar werk niet kon verrichten. Appellante voerde aan dat haar klachten, waaronder frequent toiletbezoek en pijn, onvoldoende werden meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat appellante haar werk kan uitvoeren, mede omdat zij thuis werkt en gebruik kan maken van een toilet en incontinentiemateriaal. De Raad bevestigt dat de medische klachten niet objectief zijn toegenomen en dat de uitkering terecht is beëindigd.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De beslissing is op 27 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd omdat appellante geschikt is haar eigen werk te verrichten.