Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Bij besluit van 28 juni 2022 heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij eerdere aanvragen in 2014 en 2019 werden afgewezen. Na een nieuwe aanvraag in oktober 2023 heeft het Uwv besloten de uitkering toe te kennen met ingang van 6 oktober 2023. Appellant stelde dat hij al eerder recht had op de uitkering, met name per 16 oktober 2014 of zelfs 1 januari 2018.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv ongegrond verklaard, stellende dat de ingangsdatum van de uitkering correct is vastgesteld volgens de bepalingen van hoofdstuk 1A van de Wajong. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat de wetgever een strikte regeling hanteert voor de ingangsdatum, waarbij een eerdere datum alleen mogelijk is bij kennelijke hardheid, wat hier niet aan de orde is.
De Raad overweegt dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd waarom de uitkering per een eerdere datum zou moeten ingaan en dat de rechtbank de motieven van appellant uitvoerig en overtuigend heeft gemotiveerd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de toekenning per 6 oktober 2023 blijft in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering terecht is toegekend met ingang van 6 oktober 2023.