ECLI:NL:CRVB:2026:713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op achttiende verjaardag en vijf jaar daarna
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens chronische ziekte van Lyme, maar het UWV concludeerde na onderzoek dat zij arbeidsvermogen had. De aanvraag was laattijdig ingediend, en de peildatum voor beoordeling was haar achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de peildatum niet kon worden verlegd naar het moment waarop appellante haar hbo-studie moest staken, omdat zij al op haar achttiende verjaardag beperkingen ondervond. Appellante had in de beoordelingsperiode een mbo-opleiding afgerond en was werkzaam geweest, wat duidt op arbeidsvermogen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten geleidelijk verergerden en dat de diagnose pas later was gesteld, waardoor een andere peildatum passend zou zijn. De Raad volgde dit niet en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de peildatum niet kan worden verlegd en dat appellante arbeidsvermogen had.
De Raad wees het hoger beroep af, bevestigde de weigering van de Wajong-uitkering en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante op haar achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna over arbeidsvermogen beschikte.