ECLI:NL:CRVB:2026:714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhoging WAO-uitkering wegens geen toegenomen beperkingen
Appellante, voormalig schoonmaakster, verzocht om verhoging van haar WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen klachten en beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak waarvoor zij eerder een uitkering ontving. Het UWV verhoogde haar uitkering van 15-25% naar 25-35%, maar appellante vond dit onvoldoende en was het oneens met de ingangsdatum.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, stellende dat er geen sprake was van een toename van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak. De verzekeringsarts constateerde geen aanhoudende toename van beperkingen vanaf 1 maart 2016, ondanks diverse medische klachten. De arbeidsdeskundige stelde dat appellante voldoende lees- en taalvaardigheid heeft om eenvoudige functies te vervullen.
Appellante ging in hoger beroep, maar diende geen nieuwe medische informatie in. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De verhoging van de WAO-uitkering per 3 november 2022 blijft daarmee in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek tot verdere verhoging van de WAO-uitkering wordt afgewezen en de verhoging per 3 november 2022 blijft in stand.