Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:728

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
24/1367 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35, vierde lid ParticipatiewetArt. 4:84 AwbBeleidsregels eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Amsterdam Artikel 2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag energietoeslag wegens inschrijving met enkel briefadres

Appellant diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand in de vorm van een eenmalige energietoeslag over 2022, maar deze werd afgewezen omdat hij niet tot de doelgroep behoorde. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat appellant alleen met een briefadres in de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven en geen vaste woon- of verblijfplaats had.

Appellant voerde aan dat hij feitelijk al vijf jaar op een adres woonde en dat het gebruik van een briefadres slechts was om deurwaarders te ontlopen. Hij leverde bewijsstukken in, waaronder een energiecontract en betalingsachterstanden. Desondanks oordeelde het college en de rechtbank dat de beleidsregels juist waren toegepast en dat appellant niet tot het huishouden van het betreffende adres kon worden gerekend.

De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en wees het hoger beroep af. De Raad benadrukte dat het woord 'enkel' in de beleidsregels betekent dat iemand alleen met een briefadres is ingeschreven, wat hier het geval was. Ook was er geen aanleiding om op grond van bijzondere omstandigheden af te wijken van de beleidsregels. De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om energietoeslag wordt bevestigd omdat appellant alleen met een briefadres in de BRP stond ingeschreven.

Uitspraak

24/1367 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2024, 23/5732 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak: 26 mei 2026

SAMENVATTING

Deze zaak gaat over een afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand in de vorm van een energietoeslag. Volgens appellant is deze afwijzing niet terecht omdat hij voldoet aan de voorwaarden die het college in beleidsregels heeft gesteld. De Raad geeft appellant geen gelijk. Het college heeft de beleidsregels juist toegepast aangezien appellant alleen met een briefadres stond ingeschreven. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die maken dat het college had moeten afwijken van de beleidsregels.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. El Haddouchi, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 14 april 2026. Voor appellant is mr. El Haddouchi verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.J. Telting.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant woont in [woonplaats] en heeft voor zover hier relevant in de Basisregistratie personen (BRP) ingeschreven gestaan van 15 november 2018 tot en met 22 april 2019 ingeschreven op een adres te [woonplaats] (adres 1). Aansluitend stond hij van 23 april 2019 tot en met 5 januari 2021 ingeschreven op een ander adres in [woonplaats] (adres 2). Vanaf 6 januari 2021 stond appellant niet ingeschreven in de BRP.
1.2.
Op 18 januari 2022 heeft appellant een aanvraag om bijstand en een verzoek om een briefadres ingediend. Bij deze aanvraag heeft appellant gemeld dat hij geen vaste verblijfplaats heeft en afwisselend bij familieleden verblijft. Appellant heeft een briefadres van de gemeente en bijstand vanaf 6 januari 2022 gekregen. De bijstand werd daarbij met 20% verlaagd omdat appellant geen eigen verblijfadres had.
1.3.
De bijstand van appellant is uiteindelijk ingetrokken vanaf 21 september 2022 nadat hij niet was verschenen op een gesprek. Het briefadres is naar aanleiding daarvan per 11 oktober 2022 opgeheven. Appellant stond daarna niet meer ingeschreven in de BRP.
1.4.
Op 23 januari 2023 heeft appellant een aanvraag om bijzondere bijstand in de vorm van een energietoeslag ingediend voor zijn energiekosten over 2022. Het college heeft deze aanvraag met een besluit van 31 januari 2023 afgewezen op de grond dat appellant niet tot de doelgroep behoort omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en dus geen energiekosten betaalt.
1.5.
Tijdens het bezwaar tegen het besluit van 31 januari 2023 heeft appellant een energiecontract op zijn naam op adres 1 van 7 maart 2022 ingeleverd. Daarnaast heeft appellant stukken ingeleverd waaruit blijkt dat hij betalingsachterstanden heeft voor zijn huur en energiekosten. Appellant heeft toegelicht dat hij al vijf jaar feitelijk op adres 1 woont en dat hij zich alleen op adres 2 heeft ingeschreven en later een postadres heeft gebruikt om deurwaarders te ontlopen.
1.6.
Met een besluit van 7 augustus 2023 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 31 januari 2023 ongegrond verklaard. Aan dit besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Amsterdam (beleidsregels) omdat hij alleen met een briefadres stond ingeschreven in de BRP.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat hij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat appellant gedurende het grootste deel van 2022 in de BRP stond ingeschreven met een briefadres en dat hij de rest van het jaar niet stond ingeschreven. Wat partijen verdeeld houdt is de vraag wat dit betekent voor zijn mogelijke aanspraak op energietoeslag.
4.2.
Appellant heeft aangevoerd dat het college zijn beleidsregels niet juist heeft toegepast. Deze grond slaagt niet.
4.2.1.
In artikel 2 van Pro de beleidsregels wordt de doelgroep voor de energietoeslag vastgesteld, namelijk op huishoudniveau.
4.2.2.
Zoals het college ter zitting heeft toegelicht is met de beleidsregels bedoeld om huishoudens te ondersteunen met energietoeslag op een eenvoudige en makkelijk controleerbare wijze. Aangezien de Participatiewet allerlei vormen van huishoudens kent is in artikel 2 van Pro de beleidsregels bepaalt wie deel uitmaakt van een huishouden. In het tweede lid, aanhef en onder d, van dit artikel is opgenomen dat de persoon die op de peildatum is ingeschreven in de BRP als ingezetene met enkel een briefadres niet tot een huishouden van een bepaald adres wordt gerekend.
4.2.3.
De Raad volgt appellant niet in zijn standpunt dat het woord ‘enkel’ betekent dat hij niet onder deze bepaling valt omdat hij niet alleen een briefadres maar ook een feitelijk adres had. Het woord ‘enkel’ wordt voorafgegaan door ‘ingeschreven in de BRP als ingezetene met’. De Raad volgt de uitleg van het college dat hieruit blijkt dat het op de situatie ziet dat een persoon alleen maar met een briefadres is ingeschreven in de BRP. Deze uitleg is ook in overeenstemming met de doelstelling van de beleidsregels, zoals omschreven in 4.2.2, wat betreft eenvoud en controle. Aangezien niet in geschil is dat appellant in 2022 alleen met een briefadres in de BRP ingeschreven heeft gestaan heeft het college de beleidsregels juist toegepast door appellant niet tot het huishouden behorende bij adres 1 te rekenen.
4.3.
Voor zover appellant heeft bedoeld te betogen dat het college op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht had moeten afwijken van de beleidsregels slaagt deze grond niet. Dat appellant ervoor heeft gekozen om zich niet in te schrijven op het adres waar hij feitelijk zegt te verblijven om deurwaarders te ontlopen is geen bijzondere omstandigheid waardoor de gevolgen van de toepassing van de beleidsregels onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen, zoals hierboven in 4.2.2 omschreven. Dit geldt evenzeer voor de omstandigheid dat appellant in 2022 mogelijk wel kosten voor energie heeft gemaakt.

Conclusie en gevolgen

4.4.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand in de vorm van een energietoeslag in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte in tegenwoordigheid van A.T. Dannenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026.

(getekend) O.L.H.W.I. Korte

(getekend) A.T. Dannenberg

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels en beleidsregels

Participatiewet
Artikel 35, vierde lid (zoals geldend van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023)
4. In afwijking van het eerste lid kan tot en met 30 juni 2023 bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had.
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:84
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Beleidsregels eenmalige energietoeslag 2022 gemeente Amsterdam
Artikel 2, eerste en tweede lid
1. De eenmalige energietoeslag van € 1.800 wordt ambtshalve of op aanvraag als bijzondere bijstand verleend en is bedoeld voor een huishouden dat:
a. op de datum van de aanvraag (met een kind) op hetzelfde Woonadres staat ingeschreven;
b. op de datum van de aanvraag beschikt over een Burgerservicenummer (BSN);
c. […]
d. […]
2. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die:
a. op de peildatum in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef Pro en onderdeel f van de wet;
b. op 31 december 2022 jonger is dan 21 jaar en geen aanvullende bijzondere bijstand voor het voeren van een zelfstandig huishouden ontvangt;
c. op de peildatum jonger is dan 27 jaar en aanspraak maakt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of
d. op de peildatum is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres.