Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.802,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 194,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV betreffende een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV op 15 januari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen en met ingang van 5 februari 2024 alsnog een IVA-uitkering toegekend aan appellante.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten. De Raad heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV, omdat het aan de bezwaren van appellante was tegemoetgekomen, op grond van de Awb veroordeeld kon worden in de proceskosten. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op € 2.802,- en het griffierecht van € 194,- werd eveneens aan appellante vergoed.
De uitspraak werd gedaan door J.D. Streefkerk, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, op 10 juni 2026.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens toekenning IVA-uitkering.