ECLI:NL:CRVB:2026:758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskostenvergoeding
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 18 februari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat partijen geen zitting wensten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht oordeelde de Raad dat het UWV de proceskosten van appellant moest vergoeden, inclusief kosten voor het opvragen van medische informatie en het griffierecht betaald in hoger beroep.
De totale proceskostenvergoeding bedroeg €3.042,59, exclusief het griffierecht van €143,- dat het UWV eveneens moest vergoeden. De uitspraak werd op 10 juni 2026 in het openbaar gedaan door S.B. Smit-Colenbrander.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep.