ECLI:NL:CRVB:2026:761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door zorgkantoor
Het zorgkantoor heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Vervolgens heeft het zorgkantoor het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht het zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep.
De Raad heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding in behandeling genomen, partijen geen zitting laten bijwonen omdat zij hier geen behoefte aan hadden, en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
De Raad heeft vastgesteld dat betrokkene redelijkerwijs kosten heeft moeten maken en heeft het zorgkantoor veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten, begroot volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 10 juni 2026.
Uitkomst: Het zorgkantoor wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.