Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2026:768

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
24/2703 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PWArt. 8:69 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor vervanging koelkast wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van haar koelkast. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat de kosten voorzienbaar waren en appellante hiervoor had moeten reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet.

In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische problematiek haar verhinderde om te reserveren voor de kosten, waardoor bijzondere bijstand gerechtvaardigd zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante deze stelling onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Hierdoor waren de bijzondere omstandigheden niet aanwezig.

Daarnaast faalde het beroep op het evenredigheidsbeginsel omdat ook hiervoor geen aannemelijk bewijs werd geleverd. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de vervanging van de koelkast wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

24/2703 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank [woonplaats] van 24 oktober 2024, 24/4439 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Zitting heeft: E.J.M. Heijs
Griffier: C.C.M. van 't Hol
De Raad heeft de zaak behandeld op de zitting van 9 juni 2026. Partijen zijn niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
De zaak gaat over een besluit van 25 september 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 15 maart 2024 (bestreden besluit), waarbij het college de aanvraag van appellante om bijzondere bijstand voor de kosten van een koelkast heeft afgewezen. Aan het bestreden beluit ligt ten grondslag dat geen sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (PW). De kosten waren voorzienbaar en appellante had hiervoor moeten reserveren.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Geen strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
Appellante heeft allereerst aangevoerd dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gehandeld door niet te beslissen op de grondslag van het beroepschrift. Deze beroepsgrond slaagt niet. De kern van het beroepschrift was dat sprake is van bijzondere omstandigheden om bijzondere bijstand te verlenen, omdat appellante vanwege haar psychische problematiek niet kan worden verweten dat zij niet heeft gespaard voor de kosten van vervanging van de koelkast. Op die grond is de rechtbank genoegzaam ingegaan. Ook voor het overige valt niet in te zien dat de rechtbank de beroepsgronden onjuist heeft gekwalificeerd en beoordeeld.
Geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de PW
Ook in hoger beroep heeft appellante, samengevat, aangevoerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden om bijzondere bijstand te verlenen, omdat appellante vanwege haar psychische problematiek niet kan worden verweten dat zij niet heeft gespaard voor de kosten van vervanging van de koelkast.
Uitgangspunt is dat een inkomen op bijstandsniveau voorziet in alle (periodiek en incidenteel) voorkomende algemeen noodzakelijke bestaanskosten, dat wil zeggen: de bestaanskosten die kunnen worden gerekend tot het op minimumniveau algemeen gangbare bestedingspatroon. Alleen in bijzondere omstandigheden is dan aanvullend bijzondere bijstand nodig. Daarom kan op grond van artikel 35, eerste lid, van de PW alleen recht op bijzondere bijstand bestaan voor zover de betrokkene door bijzondere omstandigheden wordt geconfronteerd met kosten waarin de algemene bijstandsnorm niet voorziet of met kosten waarin de norm wel voorziet maar die hij door bijzondere omstandigheden niet uit de norm kan betalen. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad om te reserveren voor de kosten, is een aspect dat in laatstgenoemd kader moet worden beoordeeld.
De Raad is, met het college en de rechtbank, van oordeel dat appellante haar stelling dat zij niet voor de kosten van vervanging van de koelkast heeft kunnen reserveren als gevolg van haar psychische problematiek niet aannemelijk heeft gemaakt. Dit betekent dat de in artikel 35, eerste lid, van de PW bedoelde bijzondere omstandigheden zich in het geval van appellante niet voordoen.
Beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet
Appellante heeft tot slot aangevoerd dat het in strijd met het evenredigheidsbeginsel is dat zij bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW gelijk wordt gesteld met andere bijstandsgerechtigden. Ook daarbij heeft zij verwezen naar haar psychische problematiek en aangevoerd dat zij niet in staat was om te reserveren. Deze beroepsgrond slaagt alleen al niet, omdat zij haar stelling dat zij als gevolg van haar psychische problematiek niet heeft kunnen reserveren niet aannemelijk heeft gemaakt.
De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt en dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van vervanging van een koelkast in stand blijft. Dit betekent ook dat appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het griffierecht krijgt.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.C.M. van 't Hol (getekend) E.J.M. Heijs