ECLI:NL:CRVB:2026:777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg op grond van de Wet langdurige zorg bevestigd
Appellant, met psychiatrische en somatische klachten, vroeg op 2 november 2023 langdurige zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat geen blijvende behoefte aan 24-uurs zorg in de nabijheid kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de medische adviezen zorgvuldig waren opgesteld en alle relevante medische informatie waren betrokken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling niet zorgvuldig was en dat recente medische informatie uit 2025 en 2026 een verslechtering van zijn situatie en een grotere zorgbehoefte aantoonde. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat de medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel en dat de zorg op geplande momenten, eventueel gecombineerd met zorg op afroep, toereikend is zonder ernstig nadeel.
De Raad concludeerde dat het CIZ terecht het standpunt innam dat de noodzaak voor Wlz-zorg niet geobjectiveerd kon worden. Er was geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor Wlz-zorg wordt bevestigd omdat de noodzaak voor 24-uurs zorg niet is aangetoond.