ECLI:NL:CRVB:2026:778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij beoordeling verstreken Wmo-maatwerkvoorziening
Appellante, geboren in 1941, ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening voor aanvullende individuele ondersteuning voor de periode van 1 november 2023 tot en met 31 mei 2024. Deze ondersteuning werd verstrekt via een persoonsgebonden budget (pgb) waarmee zij ondersteuning bij haar dochter inkocht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam ongegrond en handhaafde het besluit. Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de ondersteuning onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellante geen procesbelang heeft. Het geschil betreft een reeds verstreken periode en appellante heeft inmiddels vanaf 25 april 2024 Wlz-zorg toegekend gekregen, die zij thuis verzilvert. Er is geen aannemelijk bewijs dat zij schade heeft geleden of kosten heeft gemaakt voor de ondersteuning. Daarom is een inhoudelijke beoordeling niet van belang voor een toekomstige periode.
Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, het bestreden besluit blijft in stand.