Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
18 april 2024 is genomen op andere gronden dan de gemachtigde van appellant in het beroepsschrift heeft aangevoerd, namelijk gewijzigde rechtspraak. Ook is er reeds op
12 april 2022 bijzondere bijstand verleend aan appellant voor het instellen van het (hoger) beroep en het betalen van het griffierecht, waardoor appellant geen bijkomende kosten meer heeft.
€ 1.868,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 934,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift), waarbij aan elk punt wegingsfactor 1 toekomt (gemiddeld). Dit komt neer op een totaalbedrag van € 4.402,-. De Raad houdt hierbij geen rekening met de door het dagelijks bestuur in het kader van bijzondere bijstand betaalde eigen bijdrage voor rechtsbijstand, zoals door het dagelijks bestuur is verzocht. In de bijlage van het Bpb is namelijk een limitatieve opsomming gegeven van de proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen, en in vergoeding van de te betalen eigen bijdrage is niet voorzien.
12 april 2022 aan appellant bijzondere bijstand heeft toegekend voor het betalen van het griffierecht. Dit betreft een totaalbedrag van € 184,- wat overeenkomt met de door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierechten (€ 48,- in beroep en € 136,- in hoger beroep). Het dagelijks bestuur hoeft deze kosten dan ook niet nogmaals te vergoeden.