Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 147,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De belangenbehartiger van appellant werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €147,- binnen gestelde termijnen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan.
Daarnaast heeft de belangenbehartiger nagelaten een schriftelijke machtiging bij het hoger beroepschrift te voegen, zoals vereist op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Ook na herhaalde verzoeken om deze machtiging alsnog te overleggen, bleef deze uit.
Gezien het ontbreken van het griffierecht en de machtiging, en het ontbreken van verontschuldigbare redenen voor deze nalatigheden, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van een machtiging van de belangenbehartiger.