ECLI:NL:CRVB:2026:8
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in WAJONG-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een WAJONG-zaak. De gemachtigde van appellant werd op 9 september 2025 schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigdheid van een griffierecht van €143,-, met de mededeling dat dit bedrag binnen 28 dagen moest zijn voldaan. Vervolgens werd op 10 oktober 2025 nogmaals per aangetekende brief gewezen op de betalingstermijn en de consequenties van niet-betaling.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, en uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.