Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-zaak. Het UWV heeft vervolgens op 26 februari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten en vergoeding van fiscale schade.
De Raad heeft de zaak niet op een zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten. De proceskosten worden begroot op € 934,- voor het hoger beroep, exclusief reeds toegekende kosten in bezwaar en griffierecht. Het verzoek tot vergoeding van belastingschade wordt afgewezen omdat appellante deze schade niet concreet heeft onderbouwd.
De Raad wijst erop dat appellante een afzonderlijk verzoek tot schadevergoeding bij het UWV kan indienen indien zij daadwerkelijk belastingschade lijdt. De uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, met M.G.J. van Eck als griffier, en is uitgesproken op 24 juni 2026.