ECLI:NL:CRVB:2026:825
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Het college heeft de bijstand van appellante over 2020 herzien en teruggevorderd omdat zij inkomsten, waaronder een Ziektewet-uitkering en diverse stortingen op haar bankrekening, niet had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij haar inlichtingenverplichting had geschonden en de bedragen terecht als inkomsten waren aangemerkt.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat sommige bedragen onterecht tot herziening leidden, waaronder schadevergoedingen en terugbetalingen van familie, maar deze argumenten waren een herhaling van eerdere stellingen die door de rechtbank gemotiveerd waren weerlegd. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
Ook het betoog dat de Ziektewet-uitkering bestemd was voor haar ex-echtgenoot werd verworpen omdat appellante toch over deze gelden kon beschikken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten en wijst het hoger beroep af.