ECLI:NL:CRVB:2026:837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV stelden beperkingen vast en selecteerden passende functies, waarna het UWV het besluit nam de uitkering te weigeren. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren, onderbouwd met uitgebreide medische informatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt dat de medische informatie geen aanleiding geeft tot het aannemen van meer beperkingen of een urenbeperking. De functies die het UWV selecteerde, waaronder die van textielproductenmaker, zijn passend binnen de vastgestelde belastbaarheid.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Hierdoor blijft de weigering van de WIA-uitkering in stand. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding omdat het hoger beroep geen ander rechtsgevolg heeft. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2026.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.