ECLI:NL:CRVB:2026:863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, die sinds 2012 ziekgemeld is met lichamelijke en psychische klachten, kreeg in 2014 een WIA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Later ontstond twijfel over de betrouwbaarheid van de diagnose depressieve stoornis met psychotische kenmerken, mede door taalbarrières en tegenstrijdige medische rapporten.
Het UWV beëindigde de WIA-uitkering per 23 juli 2020 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant voerde aan dat hij meer beperkingen had en niet geschikt was voor de geselecteerde functies. De rechtbank vernietigde het besluit en beval nader medisch onderzoek.
De Raad benoemde deskundigen die geen betrouwbare diagnose konden stellen en constateerden inconsistenties in het medisch dossier. Ondanks het ontbreken van een sluitende diagnose volgde de Raad het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat geen aanleiding was voor zwaardere beperkingen. De beëindiging van de WIA-uitkering blijft daarom in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.