ECLI:NL:CRVB:2026:884

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
24/2470 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor wasmachine wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de vervanging van haar wasmachine, maar het college heeft dit afgewezen omdat de kosten als algemene kosten van het bestaan worden beschouwd die uit eigen middelen moeten worden voldaan.

Zowel in bezwaar als in beroep heeft appellante aangevoerd dat haar schulden haar verhinderen te sparen, wat bijzondere omstandigheden zou vormen. De rechtbank en de Raad hebben dit betoog gemotiveerd verworpen omdat appellante geen concrete onderbouwing of schuldenoverzicht heeft geleverd.

De Raad overweegt dat het aan appellante is om aannemelijk te maken dat zij niet kon reserveren, hetgeen niet is gelukt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen vergelijkbare gevallen zijn aangedragen.

Verder is geen reden voor vergoeding van proceskosten omdat het besluit terecht is gehandhaafd. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor de wasmachine wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

24/2470 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2024, 24/5532 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Zitting heeft: A.M. Overbeeke
Griffier: L. van Beelen
De Raad heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op een zitting van 30 juni 2026. Partijen zijn niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante heeft op 8 november 2023 bijzondere bijstand aangevraagd voor een bedrag van € 700,- voor het vervangen van haar wasmachine.
Met een besluit van 20 december 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 28 mei 2024 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. De reden hiervan is dat het gaat om algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die appellante zelf moet betalen. Zij kan daarvoor alleen bijstand krijgen als de kosten zijn ontstaan door bijzondere omstandigheden en als zij zelf niet genoeg geld heeft om de kosten te betalen. Hiervan is niet gebleken.
Tussen partijen is in geschil of is voldaan aan het vereiste dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden op grond waarvan appellante niet heeft kunnen reserveren.
De rechtbank heeft met de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank – samengevat weergegeven – het volgende overwogen.
4.1. De kosten van aanschaf, onderhoud en vervanging van duurzame gebruiksgoederen, zoals een wasmachine, dienen te worden gerekend tot de incidenteel voorkomende, algemene kosten van het bestaan. Deze kosten dienen daarom in beginsel te worden voldaan uit het eigen inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Afzonderlijke bijstandsverlening voor deze kosten is niet mogelijk, tenzij de kosten noodzakelijk zijn als gevolg van bijzondere omstandigheden.
4.2. Het ligt op de weg van appellante, als aanvrager van de bijzondere bijstand, om aannemelijk te maken dat en waarom zij niet kon reserveren voor de kosten van een nieuwe wasmachine. Appellante is hierin niet geslaagd. De oude wasmachine was zes jaar oud, zodat de noodzaak tot vervanging voorzienbaar was. Appellante had daarvoor uit haar algemene bijstand geld moeten reserveren. Het college heeft appellante in bezwaar in de gelegenheid gesteld uitleg te geven over haar schulden en het ontstaan daarvan, maar appellante heeft hierop niet gereageerd. Hierdoor kon het college niet beoordelen of een uitzondering moest worden gemaakt op de hoofdregel dat het hebben van schulden niet van invloed is op de mogelijkheid om te reserveren. Ook in beroep heeft appellante geen schuldenoverzicht overgelegd. Gelet hierop is geen sprake van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan.
5. Appellante heeft ook in hoger beroep aangevoerd dat het voor haar, vanwege haar schulden, niet mogelijk is om te sparen zodat wel sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit vormt in essentie een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Wat zij in hoger beroep heeft aangevoerd, is geen reden om de gemotiveerde weerlegging van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig te achten. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel berust. Appellante heeft ook in hoger beroep haar stellingen niet onderbouwd.
6. Wat betreft het standpunt van appellante dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld, overweegt de Raad dat het bij een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan de betrokkene is om aannemelijk te maken dat het bestuursorgaan gelijke gevallen ongelijk behandelt. Appellante is niet in die bewijslast geslaagd, omdat zij geen concreet gelijk geval heeft genoemd.
7. Ten aanzien van het standpunt van appellante dat het college de in bezwaar gemaakte proceskosten had moeten vergoeden, omdat het college pas in bezwaar voor het eerst goed naar het dossier heeft gekeken, overweegt de Raad dat slechts aanleiding is voor vergoeding van proceskosten in bezwaar als het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Van een dergelijke herroeping is in dit geval geen sprake, omdat het bezwaar ongegrond is verklaard en het besluit van 20 december 2023 is gehandhaafd.
8. De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. Dit betekent dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand terecht heeft afgewezen. Appellante krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten en het griffierecht.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L. van Beelen (getekend) A.M. Overbeeke