Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, geboren in 2014 en bekend met een autismespectrumstoornis (ASS), vroeg op 8 maart 2024 zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat de grondslag verstandelijke handicap niet kon worden vastgesteld, mede op basis van een SON-IQ van 114. De psychische stoornis werd wel vastgesteld, maar geeft geen toegang tot Wlz-zorg voor personen jonger dan 18 jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk een verstandelijke handicap heeft, onderbouwd met een psychologische test uit november 2024 die een TIQ tussen 70 en 81 aangaf. De medisch adviseur van het CIZ motiveerde echter dat deze score niet representatief is vanwege disharmonische scores en taalproblemen bij de verbale testonderdelen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het CIZ terecht heeft geoordeeld dat verzoeker niet voldoet aan de grondslag verstandelijke handicap. Omdat verzoeker jonger is dan 18 jaar, geeft de grondslag psychische stoornis geen toegang tot Wlz-zorg. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor Wlz-zorg wordt bevestigd omdat de grondslag verstandelijke handicap niet is vastgesteld en de psychische stoornis geen toegang geeft tot Wlz voor minderjarigen.