ECLI:NL:CRVB:2026:887
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onduidelijkheid over verzending griffierechtbetalingsherinneringen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. Appellant stelde in verzet dat hij de nota en de aangetekende betalingsherinnering niet had ontvangen.
De Raad kon niet vaststellen of de nota en de betalingsherinneringen op juiste wijze waren verzonden. De feitelijke gang van zaken rond de bezorging was niet meer goed vast te stellen, en het was onduidelijk of en aan wie de nota en het aangetekende rappel waren aangeboden.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 20 februari 2026 verviel, en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Appellant krijgt een nieuwe termijn om het griffierecht te voldoen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet met een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.