ECLI:NL:CRVB:2026:889

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
24/759 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PWArt. 1 Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Roermond 2022Art. 2 Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Roermond 2022Art. 5 Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Roermond 2022Art. 4:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2022 wegens te hoog inkomen

Appellant diende op 31 december 2022 een aanvraag in voor de eenmalige energietoeslag 2022 bij het college van burgemeester en wethouders van Roermond. Het college wees de aanvraag af omdat het inkomen van appellant in de maand voorafgaand aan de aanvraag (november 2022) hoger was dan 120% van de bijstandsnorm, zoals vastgelegd in de beleidsregels van de gemeente.

De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat hij door onvolledige informatie op de gemeentelijke website ten onrechte de toeslag misliep en dat het college uit coulance niet correct had gehandeld. Tevens stelde hij dat het mislopen van de toeslag leidde tot schimmelvorming in zijn woning.

De Raad oordeelde dat het college conform de beleidsregels had gehandeld en dat appellant op de hoogte had kunnen zijn van de inkomensnorm en referteperiode. De keuze van appellant om te wachten met aanvragen was een eigen risico. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. De stelling over schimmelvorming was onvoldoende om het besluit te wijzigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.

Uitkomst: De aanvraag voor de eenmalige energietoeslag 2022 wordt afgewezen wegens te hoog inkomen en geen bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

24/759 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 19 februari 2024, 23/2099 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Roermond (college)
Datum uitspraak: 7 juli 2026
SAMENVATTING
Deze zaak ziet op een afgewezen aanvraag om de eenmalige energietoeslag voor 2022. Het college heeft aan deze afwijzing ten grondslag gelegd dat het inkomen van appellant te hoog is om voor de energietoeslag in aanmerking te kunnen komen. Wat appellant heeft aangevoerd komt erop neer dat hij door toedoen van het college de energietoeslag is misgelopen en dat dit grote gevolgen voor hem heeft gehad. Voor zover appellant hiermee heeft willen aanvoeren dat het college had moeten afwijken van de toepasselijke beleidsregels krijgt hij geen gelijk.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 26 mei 2026. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door F.W.A. Janssen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft op 31 december 2022 een aanvraag ingediend voor de eenmalige energietoeslag voor 2022 op grond van de Participatiewet (PW).
1.2.
Met een besluit van 12 januari 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 25 juli 2023 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen. Aan het bestreden besluit ligt het volgende ten grondslag. Het inkomen van appellant in de maand november 2022 – de referteperiode – was hoger dan 120% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande. Op grond van de Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Roermond 2022 (beleidsregels) komt appellant om die reden niet in aanmerking voor de eenmalige energietoeslag voor 2022. In de situatie van appellant is uit coulance-overwegingen ook nog gekeken naar zijn gemiddelde maandinkomen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de aanvraag. Het gemiddelde maandinkomen over die periode is echter ook te hoog om voor de eenmalige energietoeslag in aanmerking te komen. Er is niet gebleken van zodanige feiten en omstandigheden dat daarin redenen zijn gelegen om de eenmalige energietoeslag voor 2022 alsnog aan appellant toe te kennen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee dat besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Daartegen heeft hij, samengevat weergegeven, het volgende aangevoerd. Appellant is op basis van informatie op de website van de gemeente Roermond ervan uitgegaan dat het inkomen over heel 2022 van belang was voor de beoordeling van de aanvraag om een eenmalige energietoeslag. Appellant heeft erop gewezen dat op voornoemde website in ieder geval niet stond vermeld dat het inkomen in de maand voorafgaande aan de aanvraagdatum als uitgangspunt werd genomen. Door het achterwege laten van deze cruciale informatie is appellant de energietoeslag misgelopen. Appellant heeft verder gesteld dat het college in zijn geval niet uit coulanceoverwegingen naar het inkomen heeft gekeken over een periode van zes maanden voor de aanvraag. Appellant heeft ten slotte gesteld dat hij door het mislopen van de eenmalige energietoeslag de verwarming niet heeft gebruikt, waardoor in zijn woning schimmelvorming is ontstaan.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de afwijzing van de aanvraag om de eenmalige energietoeslag voor 2022 in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
Artikel 35, vierde lid, van de PW maakt het mogelijk om categoriaal bijzondere bijstand toe te kennen aan een alleenstaande of gezin in de vorm van een eenmalige energietoeslag. In de memorie van toelichting bij de wijziging van de PW in verband met het eenmalig verstrekken van een eenmalige energietoeslag is vermeld dat de eenmalige energietoeslag in het leven is geroepen om snelle ondersteuning te bieden aan huishoudens die in de problemen dreigen te raken als gevolg van de gestegen energiekosten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij het vormgeven van de energietoeslag. Colleges mogen onder andere zelf de doelgroep, de inkomensgrens en de hoogte van de toeslag bepalen. Het college heeft hiertoe de beleidsregels opgesteld. Een huishouden heeft op grond van de beleidsregels een laag inkomen als het inkomen in de referteperiode niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag. De referteperiode is de maand voorafgaand aan de peildatum. De peildatum is de aanvraagdatum.
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat appellant in de referteperiode – de maand november 2022 – een te hoog inkomen had om op grond van de beleidsregels in aanmerking te komen voor de eenmalige energietoeslag voor 2022. Daarmee staat ook vast dat de afwijzing van de aanvraag van appellant in overeenstemming is met de beleidsregels.
4.3.
De Raad begrijpt wat appellant aanvoert zo dat hij door toedoen van het college de energietoeslag voor 2022 is misgelopen en dat dit grote gevolgen voor hem heeft gehad. Voor zover appellant hiermee heeft willen aanvoeren dat het college om die reden de energietoeslag had moeten toekennen, en dus van de beleidsregels had moeten afwijken, hetzij op grond van de in artikel 5 van Pro de beleidsregels neergelegde hardheidsclausule, hetzij op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, slaagt deze beroepsgrond niet. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat van dringende redenen of van bijzondere omstandigheden in de zin van voornoemde bepalingen niet is gebleken. Daartoe is het volgende van belang.
4.3.1.
Het college heeft gesteld dat hij de beleidsregels heeft gepubliceerd in het gemeenteblad en dat de beleidsregels verder ook beschikbaar zijn gesteld via de website van de gemeente Roermond, via de digitale gemeentelijke nieuwsbrief, op Facebook en via de website overheid.nl. Appellant heeft dit niet betwist. Uit artikel 1, aanhef en onder e en f, en artikel 2 van Pro de beleidsregels volgt dat niet het inkomen over het gehele jaar 2022 van belang was, maar het inkomen in de maand voorafgaande aan de aanvraagdatum. Appellant had daarvan dus op de hoogte kunnen zijn. Verder is er geen rechtsregel die voorschrijft dat het college verplicht is om specifieke informatie over het in aanmerking te nemen inkomen expliciet op de website van de gemeente te vermelden.
4.3.2.
Als op de website geen informatie stond over de precieze voorwaarden om in aanmerking te kunnen komen voor de eenmalige energietoeslag voor 2022, waaronder informatie over het in aanmerking te nemen inkomen, dan had het voor de hand gelegen dat appellant daarover navraag zou doen bij het college. Appellant is er echter – naar de Raad begrijpt omdat op de website geen informatie stond over het in aanmerking te nemen inkomen – zelf van uitgegaan dat naar zijn gemiddelde maandinkomen over geheel 2022 zou worden gekeken. Tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft appellant gezegd dat hij geen haast had met het indienen van de aanvraag om de eenmalige energietoeslag, omdat hij toch wel voor deze toeslag in aanmerking zou komen, en dat hij vanaf juni 2022 meer ging verdienen, maar dat hij gemiddeld genomen nog steeds onder de norm zou vallen. Om die reden heeft hij gewacht tot de laatste dag waarop hij een aanvraag kon doen. Maar dit is een keuze van appellant geweest, gebaseerd op een verkeerde aanname van hemzelf. De gevolgen daarvan komen geheel voor zijn rekening en risico.
4.3.3.
Het college heeft op de zitting nader toegelicht dat bij de keuze om het gemiddeld maandinkomen over een periode van zes maanden voor de aanvraag in aanmerking te nemen, is aangesloten bij de beleidsregels over de bijzondere bijstand en dat dit alleen werd gedaan als sprake was van wisselende inkomsten. Ondanks dat daarvan in de situatie van appellant geen sprake was, heeft het college – naar de Raad begrijpt – uit coulance toch naar het gemiddeld inkomen van appellant in de periode van zes maanden voor de aanvraag gekeken. Maar ook op basis daarvan kwam hij niet in aanmerking voor de eenmalige energietoeslag voor 2022.
4.3.4.
De enkele, pas op de zitting van de Raad betrokken stelling van appellant dat hij door het mislopen van een eenmalige energietoeslag zijn woning niet heeft verwarmd en dat daardoor schimmelvorming in zijn woning is ontstaan, is onvoldoende voor het oordeel dat het college van zijn beleidsregels had moeten afwijken. Overigens valt deze stelling ook niet goed te rijmen met het feit dat appellant met zijn aanvraag om de energietoeslag voor 2022 heeft gewacht tot 31 december 2022.

Conclusie en gevolgen

4.3.5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat afwijzing van de aanvraag om de eenmalige energietoeslag voor 2022 in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten. Ook krijgt hij het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van J. Bonnema als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) J. Bonnema

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke regels

Participatiewet
Artikel 35, vierde lid
In afwijking van het eerste lid kan bijzondere bijstand ook aan een alleenstaande of een gezin worden verleend in de vorm van een eenmalige energietoeslag, zonder dat wordt nagegaan of die alleenstaande of dat gezin in dat jaar een sterk gestegen energierekening had:
a. voor het jaar 2022, die kan worden verstrekt tot en met 30 juni 2023;
(…)
Beleidsregels eenmalige energietoeslag gemeente Roermond 2022
Artikel 1 onder Pro e
Peildatum: aanvraagdatum of ambtshalve datum toekenning.
Artikel 1 onder Pro f
Referteperiode: de maand voorafgaand aan de peildatum.
Artikel 2, lid 3
Een huishouden heeft een laag inkomen als op datum aanvraag het in aanmerking te nemen inkomen in de referteperiode niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 5
Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag 2022 kan het college, gelet op alle omstandigheden, in het individuele geval besluiten dat de in afwijking van de beleidsregel toch in aanmerking komt de eenmalige energietoeslag indien dringende redenen hiertoe noodzaken.
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:84
Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.