ECLI:NL:CRVB:2026:899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren meegenomen, met name vanwege psychische klachten zoals PTSS, concentratieproblemen en vermoeidheid. Ook verwees zij naar een beoordelingsrapport in het kader van de WSNP en vroeg zij om rust voor herstel. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de medische beoordeling, inclusief de Functionele Mogelijkhedenlijst, juist en voldoende was onderbouwd.
De arbeidsdeskundige had passende functies geselecteerd die appellante zou kunnen vervullen. De Raad vond geen aanleiding om aan de geschiktheid van deze functies te twijfelen. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de weigering van de WIA-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.