ECLI:NL:CRVB:2026:900

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
24/645 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing WIA

Het UWV stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure werd een deskundige benoemd en gerapporteerd. Vervolgens nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar en trok het hoger beroep in.

Betrokkene verzocht daarop om proceskostenvergoeding. De Raad overwoog dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad stelde vast dat betrokkene redelijkerwijs kosten had moeten maken voor de behandeling van het hoger beroep.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Kosten voor een medisch adviseur werden niet vergoed omdat deze buiten het geding vielen. De uitspraak werd gedaan door E.J.J.M. Weyers op 2 juli 2026.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

24/645 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 14 februari 2024, 23/1217 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)
Datum uitspraak: 2 juli 2026

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Namens betrokkene heeft mr. D.E. de Hoop een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van de meervoudige kamer van 1 oktober 2025. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.H. Jansen. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. De Hoop. Namens de (ex-)werkgever van betrokkene heeft mr. M. Zuidema aan de zitting deelgenomen.
De Raad heeft het onderzoek heropend en verzekeringsarts F.J. Perquin benoemd als deskundige. De deskundige heeft op 12 februari 2026 gerapporteerd.
Het Uwv heeft op 19 maart 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 1 mei 2026 heeft het Uwv het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. De Hoop verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft op dit verzoek gereageerd.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat het Uwv het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkene in verband met de behandeling van dit hoger beroep redelijkerwijs proceskosten heeft moeten maken.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.868,- voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van een verweerschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934,- per punt).
Aangezien de rechtbank al een proceskostenveroordeling in eerste aanleg heeft uitgesproken en betrokkene tegen die uitspraak niet is opgekomen, valt het verzoek van betrokkene om vergoeding van de in beroep gemaakte kosten voor het inschakelen van een medisch adviseur buiten de omvang van het geding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van M.G.J. van Eck als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2026.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) M.G.J. van Eck