ECLI:NL:CRVB:2026:920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij beoordeling verstreken zorgperiode
Appellant, geïndiceerd voor langdurige zorg, ontving in 2022 een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg verleend door zijn tante. Het zorgkantoor wijzigde de pgb-verlening tot 1 december 2022. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat hij schade heeft geleden doordat zijn tante zorg bleef verlenen in december 2022, na beëindiging van het pgb. De Raad oordeelt dat procesbelang ontbreekt omdat appellant geen concrete kosten of betalingsverplichting heeft aangetoond. Er zijn geen facturen of vorderingen overgelegd die de gestelde schade onderbouwen.
De Raad volgt vaste rechtspraak dat procesbelang vereist dat het beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Een louter formeel belang is onvoldoende. Omdat het onwaarschijnlijk is dat appellant schade heeft geleden, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang bij beoordeling van een reeds verstreken zorgperiode.