ECLI:NL:CRVB:2026:939
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens passende lening als voorliggende voorziening
Appellant verzocht om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor kosten van woninginrichting ter hoogte van €2.000,-. Het college wees dit verzoek af omdat appellant aanspraak kon maken op een lening bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA), welke als een passende en toereikende voorliggende voorziening wordt beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant voerde onder meer aan dat hij geen vertrouwen had in de overheid en bang was voor terugvordering van bijstand, en dat het college in het bestreden besluit twee verschillende data had vermeld.
De Raad oordeelde dat de lening bij de GKA onbetwist is geaccepteerd en afgelost door appellant, waardoor deze lening een passende voorliggende voorziening vormt. De vermeende datumverschillen in het besluit zijn een kennelijke verschrijving die de rechtmatigheid niet aantast. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand blijft in stand omdat de lening bij de kredietbank een passende voorliggende voorziening is.