ECLI:NL:CRVB:2026:940
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor een koelkast, oven, kledingkast en stofferingskosten voor een trap in de nieuwe woning van appellante.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en appellante vanuit haar inkomen had kunnen reserveren. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat een inkomen op bijstandsniveau voorziet in alle algemeen noodzakelijke bestaanskosten en dat alleen bij bijzondere omstandigheden recht bestaat op bijzondere bijstand. Appellante stelde dat zij niet had kunnen reserveren vanwege dalende inkomsten, mantelzorgkosten en de geboorte van een tweede kind, maar deze omstandigheden werden onvoldoende onderbouwd of gemotiveerd.
De Raad concludeert dat appellante steeds inkomsten boven bijstandsniveau had en vanuit die inkomsten had kunnen reserveren. De mantelzorgkosten zijn niet onderbouwd en de geboorte van het tweede kind vormt geen belemmering zonder nadere motivering.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellante vanuit haar inkomen heeft kunnen reserveren en er geen bijzondere omstandigheden zijn.