ECLI:NL:CRVB:2026:942
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens te hoog inkomen
Appellant had een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek werd afgewezen. De reden voor afwijzing was dat het inkomen van appellant in de referteperiode van juni 2021 tot en met mei 2022 hoger was dan 110% van de voor hem geldende norm.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn inkomsten van €14.353,38 niet boven de 110% norm uitkwamen, uitgaande van een norm van €1.091,71 per maand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag gebruikte, terwijl de inkomsten netto en exclusief vakantietoeslag waren. Het college had daarom terecht de inkomensgrens exclusief vakantietoeslag toegepast, wat gunstiger was voor appellant.
De Raad rekende de toepasselijke normen per maand exclusief vakantietoeslag over de referteperiode door en kwam uit op een inkomensgrens van €13.591,41. Het inkomen van appellant lag met €14.353,38 boven deze grens, waardoor hij niet in aanmerking komt voor de toeslag.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd omdat het inkomen van appellant hoger was dan 110% van de norm.