Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na een ongeval in 2019 en diverse medische onderzoeken stelde het UWV vast dat appellante beperkingen had, maar dat deze niet tot een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer leidden. De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing vanwege onvoldoende medisch onderzoek, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat opnieuw werd bestreden.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die uitgebreid onderzoek deed en concludeerde dat de beperkingen van appellante juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Hoewel appellante meer beperkingen claimde, onder meer op het gebied van prikkelgevoeligheid en psychische klachten, volgde de Raad de deskundige die stelde dat deze klachten niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leidden.
De Raad oordeelde dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellante en dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd. Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek om schadevergoeding werd geweigerd en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt daarmee het besluit van het UWV en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.