Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 3.736,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellanten in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 386,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure heeft het UWV op 9 maart 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waardoor appellanten hun hoger beroep hebben ingetrokken. Zij verzochten de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in het bezwaar op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. Omdat het UWV reeds kosten had vergoed in de bezwaarfase, ging het oordeel alleen over de kosten in beroep en hoger beroep.
De Raad stelde vast dat sprake was van samenhangende zaken en begrootte de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht op in totaal € 3.736,- voor rechtsbijstand en € 386,- voor griffierecht. Vergoeding van eigen bijdragen voor rechtsbijstand werd afgewezen omdat deze niet in het besluit zijn opgenomen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van deze kosten en bepaalde dat het griffierecht eveneens vergoed moet worden. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier, in aanwezigheid van griffier M.G.J. van Eck.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 3.736,- en griffierecht van € 386,- na intrekking van het hoger beroep.