ECLI:NL:CRVB:2026:978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid inhouding derdenbeslag op AOW-pensioen door Sociale Verzekeringsbank
Appellant ontvangt een AOW-pensioen waarop op 21 juli 2022 executoriaal derdenbeslag is gelegd door een incassobureau namens het gemeentelijk belastingkantoor Munitax vanwege een openstaande schuld. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft vervolgens het beslagbedrag van €151,39 ingehouden op de AOW-uitkering van appellant. Appellant maakte bezwaar tegen deze inhouding, maar dit bezwaar werd door de Svb niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet duidelijk had aangegeven tegen welke beslissing het bezwaar was gericht.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat de Svb binnen het kader van het beslag is gebleven en dat zij niet bevoegd is de geldigheid of omvang van het beslag te beoordelen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en vernietigde het besluit van de Svb dat het bezwaar niet-ontvankelijk was. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad overweegt dat de Svb rechtmatig heeft gehandeld door het beslagbedrag in te houden en af te dragen ten behoeve van de schuld aan Munitax. Het feit dat Munitax later een deel van het bedrag heeft terugbetaald, verandert hier niets aan. Ook de door appellant aangevoerde vermoedens van partijdigheid van de rechtbank worden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Svb rechtmatig heeft gehandeld door het derdenbeslag op het AOW-pensioen uit te voeren.