ECLI:NL:GHAMS:1995:AA4031
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Bijl
- De Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestemmingswijzigingswinst bij waardeverandering van landbouwgrond
Belanghebbende, firmant van een tuinbouwbedrijf, kocht in 1978 twee percelen bouwland waarvan een deel in 1985 aan hem werd toegescheiden voor de bouw van een woonhuis. De discussie betrof de vraag of sprake was van een voordeel uit waardeverandering van grond door bestemmingswijziging zoals bedoeld in artikel 70, eerste lid, Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende stelde dat er een vrijgestelde bestemmingswijzigingswinst van ¦ 19.870,-- was, gebaseerd op taxaties en eerdere beschikkingen. De inspecteur betwistte dit en stelde dat op 31 maart 1986 geen sprake was van een spoedige aanwending buiten landbouw en dat de waarde van de grond gelijk was aan de agrarische waarde.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde van de grond hoger was dan de agrarische waarde op genoemde datum. Ook het vertrouwen op eerdere bedragen werd verworpen omdat de beschikking van de inspecteur het voordeel op nihil stelde.
Het Hof bevestigde daarom de bestreden uitspraak en stelde het voordeel op nihil. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd schriftelijk vastgelegd ter vervanging van de mondelinge uitspraak van 7 juni 1995.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat er geen voordeel uit waardeverandering van landbouwgrond is en stelt het voordeel op nihil.