ECLI:NL:HR:1994:AA2951
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voordeel waardeverandering landbouwgrond volgens artikel 70 Wet inkomstenbelasting 1964
Belanghebbende exploiteert een melkveebedrijf en heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van het voordeel uit waardeverandering van zijn landbouwgrond per 31 maart 1986. De Inspecteur stelde dit voordeel op nihil, wat door het hof werd bevestigd. Het hof oordeelde dat de grond op de peildatum agrarisch bestemd was en dat geen aanwijzingen waren voor een toekomstige wijziging van bestemming of gebruik.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het verschil tussen de economische waarde bij agrarische bestemming en de waarde bij verkoop op de peildatum als voordeel moet worden aangemerkt. Dit voordeel, ter grootte van 40.000 gulden, valt onder artikel 70 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en behoort niet tot de winst. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest en de beschikking van de Inspecteur.
Verder bepaalt de Hoge Raad dat belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld zich uit te laten over een eventuele proceskostenveroordeling. Tevens worden de betaalde griffierechten terugbetaald. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van artikel 70 lid 1 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 met betrekking tot waardeverandering van landbouwgrond.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het voordeel uit waardeverandering van landbouwgrond vast op 40.000 gulden en vernietigt het hofarrest.