ECLI:NL:GHAMS:1996:AA4104
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rensema
- Groeneveld
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beschikkingsmacht en gelijkheidsbeginsel bij verkoop aandelen B.V.
Belanghebbende, houder van alle aandelen van A Beheer B.V., verkocht aandelen in B B.V. aan C Holding B.V., waarna hij zelf A Beheer B.V. verkocht aan een dochter van de NCB bank. De kern van het geschil betrof of C Holding B.V. via haar 50% deelneming in B B.V. beschikkingsmacht had over het vermogen en de reserves van B B.V. en of de inspecteur het gelijkheidsbeginsel schond door geen compromis aan belanghebbende aan te bieden.
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Hof uitgebreid bewijs onderzocht, waaronder getuigenverklaringen en stukken over dividendpolitiek. Het Hof concludeerde dat er sprake was van samenwerking tussen D Holding B.V. en C Holding B.V. waardoor C Holding B.V. kon beschikken over het vermogen van B B.V. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat de inspecteur zich jegens hem had uitgelaten over een compromis en dat er sprake was van begunstigend beleid.
Het Hof hield rekening met uitgebreide pleidooien en bewijsaanbod over compromissen in vergelijkbare gevallen, maar vond dat niet aannemelijk was dat de inspecteur een compromis had toegezegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd eveneens verworpen. De bestreden uitspraak werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat C Holding B.V. beschikkingsmacht had en wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af wegens onvoldoende bewijs.